Het asiel en pension Skukuza

Wij, als asielhouders van dieren, kunnen een enorme invloed uitoefenen op jonge mensen die hun weg nog moeten bepalen in hun verdere leven. Ik ontvang wekelijks schoolklasjes in mijn asiel en vertel de jonge mensjes alles over het welzijn van de mens en het dier op onze aarde.


Soms staan er dertig kindertjes om mij heen en ik stel dan de vraag. Wie eet er wel eens Brinta? Al snel gaan er twee handjes in de lucht en het kleine mensje eronder roept. IK…!!! Meestal vraag ik dan “weet je ook waar Brinta van wordt gemaakt?” De kleine onderdanen moeten het antwoord daarop schuldig blijven … ze weten het echt niet! Het is hun niet verteld op school. In een van mijn vitrines laat ik de kinderen tarwe aren zien, en vertel hun dat dit de grondstof van de Brinta is. Ze geloven het bijna niet … want in hun gedachten komt hetgeen wat ze eten uit de fabriek … en komt de melk van een koe in eerste instantie ook van de fabriek. Tarwe aren in mijn vitrines zeggen de kinderen niets, ze hebben daar geen onderwijs in gehad en nog nooit een tarwe veld van een boer bezocht! Wel een keer met z’n allen bij McDonalds geweest en lekkere frietjes gegeten … en als ik dan vraag “waar komen die frietjes vandaan?”… weten de kinderen het antwoord niet!!


Af en toe vraag ik een kind “weet jij waar je jas van is gemaakt?” Het kind weet het echt niet en bij mijn doorvragen aan het kind over zijn jas zegt het kleine mensje tegen mij: “Deze jas komt uit de fabriek … die hebben hem gemaakt!” Als ik het kind vertel dat er heel wat aardolie is verbruikt om die plastic jas te maken verklaart het kind mij voor gek! Ik weet dat er te weinig leraren zijn in ons land om onze volgende generatie alle ooit verworven kennis bij te brengen, maar de kinderen weten niet dat een katoenen overhemd of T-shirt van een plant wordt gemaakt. De kinderen staan echt vreemd te kijken als ik hun een aantal bolletjes katoen laat zien die ik zelf heb verbouwd in Afrika.


Maar al te vaak komt een leraar na afloop van een excursie op mijn asiel naar mij toe en bedankt mij en zegt: “Wat zijn de kinderen stil bij jou, bij mij in de klas is het een geroezemoes als ik iets wil uitleggen en hier zijn ze muisstil”. Ik vertel de leraar dan dat ik de daad bij het woord voeg en de kinderen ook de bewijzen laat zien van mijn verhalen en dat hij vaak die artikelen niet heeft! Hij heeft immers niet de beschikking over een haaientand of een schorpioen. Hij kan geen hertengewei tonen en helemaal geen onderarm van een langharige reuzenmammoet van twaalfduizend jaar oud. Jammer!

Neem nou mijn volgend verhaal. Een moeder komt met haar zoon in mijn asiel en verteld me: “Roel, mijn zoon is helemaal gek van uilen, waarom weet ik ook niet , maar hij is dat nou eenmaal. Nu moet hij een spreekbeurt houden op school en logisch kiest hij voor de uil. Kan jij hem een beetje helpen??”


Ik vertel de kleine dierenvriend alles wat hij wil weten over het uilenbestand in ons land. Met een aantal roofvogelpootjes in potjes op “sterk water” verlaat hij mijn asiel. Voor de dag van zijn “levensspreekbeurt” voor zijn mede klasgenoten zou hij nog wat braakballen van uilen komen ophalen om zijn verhaal extra aandacht te geven. Voor zo’n kleine dierenvriend heb ik veel over en ik help ze van alle kanten. De jongen heeft natuurlijk al heel veel gedaan om alle informatie te verkrijgen over zijn uilenverhaal. Hij kan er bijna niet van slapen en bij het ochtend ontbijt begint hij er al weer over. Moeder zegt af en toe ja en nee op de vragen van zoonlief maar weet eigenlijk niet wat er zich allemaal afspeelt in dat nu zo rumoerig hoofdje van haar zoon. Het is al over negenen in de avond en de telefoon gaat bij mij. Ik neem op en de Dierenambulance verteld me dat ze een uil uit een schoorsteen hebben bevrijd. De bewoners van het huis hadden besloten om op deze koude avond de open haard eens aan te steken. Na enkele minuten hoorden ze een enorm geritsel in de schoorsteen en waren ze er van overtuigd dat er iets in hun afvoerkanaal zat. Ze doofden de vlammen en belden de dierenambulance, die belden mij weer dat ze een steenuil hadden die onderdak en verzorging nodig had en bij aankomst in mijn asiel bleek het een Bosuil … volgens mij. De dieren redders gingen daarmee akkoord en ik nam het dier in bescherming. De volgende dag at het dier al vier muizen en ik vertelde het dier dat hij binnen enkele dagen weer voor zich zelf zou kunnen zorgen.

Een asiel kan zoveel goed doen!